Hoe hou ik al die balletjes in de lucht? – over een druk leven

Als ZZP’ende theaterdocent/theatermaker wil je leven nog wel eens overspoelen met een lesje hier, een repetitie daar, een voorstelling hier, administratie ergens tussendoor, je eigen grote doelen en plannen op een laag maar altijd aanwezig zeurend pitje en andere belangrijke taken zoals het doen van de afwas als een donderwolk boven je hoofd. Om nog maar niet te spreken over dingen die je óók heel graag wil doen: zoals tijd doorbrengen met je vriend, met je familie, met je vrienden (heb je die nog over?) en met jezelf (het liefst in een groot verwarmd zwembad).

En dit ‘drukke’ leven (‘Hoe gaat het?’ ‘Goed, *denkt kort na*, druk’) past zeker niet alleen bij het bestaan als ZZP’ende theaterdocent/theatermaker. Bijna iedereen die ik ken heeft wel eens last van de symptomen van ‘druk leven’:

  • Zoveel dingen te doen dat je het overzicht kwijt raakt
  • Het gevoel dat je de hele dag nog niet fatsoenlijk adem hebt gehaald (herken je dit nu, pauzeer en haal adem alsjeblieft)

    druk leven chaos
    Accurate weergave van mijn hoofd als ik me druk voel (Foto door Stephan Markus, concert MAF)
  • Het gevoel dat je nergens je volledige passie in kunt stoppen omdat je daar geen tijd voor hebt
  • Het ‘verstop’-syndroom: gaan Netflixen en/of onder een deken gaan liggen omdat er teveel te doen is en je niet weet waar je moet beginnen, altijd gepaard met schuldgevoel omdat je eigenlijk wél iets moet doen

Betekent dit dan dat ik het gewoon te druk heb en iets uit mijn agenda moet halen? Soms. Maar lang niet altijd. Ik kan namelijk ook net zo’n volle agenda hebben maar me toch heel rustig voelen, overzicht hebben, overal bovenop zitten enzovoort. En ik kan een agenda hebben die objectief gezien vrij leeg is en me toch alleen maar zorgen maken en  het gevoel hebben dat ik nooit iets afkrijg en op deze manier nooit iets zal bereiken.

Dus: als het niet per se ligt aan hoe druk je het hebt, hoe komt het dan dat je je druk of rustig voelt?

Ho chi wa 

Mijn favoriete theateropwarmingen zijn spellen als woesh-boing-pauw, zip-zap-zop en ho-chi-wa (of hi-ha-ho of ho-tsjing-tsjak of hoe je het ook wil noemen). En toen ik deze laatst op zeer hoog tempo uitvoerde met een in deze oefening vergevorderde klas MBO-studenten, bedacht ik plotseling hoeveel dit soort spellen soms op het leven lijken.

Want wanneer loopt het mis met ho-chi-wa? Zodra je actief nadenkt over wat er allemaal kan gaan gebeuren, over wat je allemaal moet doen en kunt gaan doen, zodra je in paniek raakt over het goed doen of het falen in het spel en zodra je je opsluit in je eigen hoofd met al deze gedachten.

druk leven verstop
Het verstopsyndroom in volle gang ergens in 2014. Iets met een cultuurgeschiedenistentamen. Ah, het ArtEZleven

En wanneer voelt zo’n spel heerlijk aan? Niet zodra het heel langzaam gaat en het te makkelijk is. Nee, dat vinden wij als mens helemaal niet interessant. Dan gaan we ons maar vervelen. Zodra het spel razendsnel gaat, maar we alles kunnen volgen, we ons lichaam voelen, we contact houden met de andere deelnemers en ons niet bezig houden met op welke dingen we allemaal tegelijk moeten letten, maar simpelweg volgen en doen, zodra het zich aandient, dan daalt er een rust op ons neer. Een actieve rust. We zitten in een flow.

En precies dit verschil, dat zo duidelijk te beschrijven valt in een spel ho-chi-wa, begon ik bij mezelf op te merken in het dagelijks leven.

Jongleerballetjes

We hebben het wel eens over balletjes, die we tegelijk in de lucht moeten houden. Ik besloot mijn balletjes eens even te tellen:

druk leven clown
Deze clown heeft dus echt geen zin om hiermee te jongleren (foto van act tijdens Factorium festival)
  • Sprookjescamping, werken in de animatie
  • Toverland, werken in de entertainment
  • CICK lesgeven
  • CICK lessen en toetsen voorbereiden en beoordelen
  • Ghesellen, repetities voorbereiden en geven
  • Ghesellen, ervoor zorgen dat er een stuk geschreven wordt
  • Jabber dramacoaching
  • MusicAllFactory voor eigen ontwikkeling
  • Studeren voor de MAF
  • Mijn auditie voor de MAF voorbereiden
  • Mijn vriend genoeg zien en dan niet alleen moe en chagrijnig zijn
  • ZZP-administratie
  • Een keer sporten?
  • Contact houden met familie en vrienden
  • Af en toe wat op instagram zetten
  • Het huis schoonhouden
  • Een beetje voor mezelf zorgen qua eten en dergelijke
  • Nadenken over wat je nou wil in het leven en dat vooruit plannen

Oké, dit lijken misschien wel heel veel balletjes, maar ik daag je uit om je eigen balletjes te tellen. Ook dat zullen er een hele hoop zijn!

Iedereen kan in één oogopslag zien dat je al deze balletjes niet tegelijkertijd in de lucht kan houden. Maar waarom proberen we dat dan toch met alle geweld?

‘Multitasken’

Net als bij ho-chi-wa (en al die andere spellen): zodra je je hoofd laat vullen met alle verschillende dingen, raak je de draad kwijt. Zodra je je focust op één ding tegelijk en je daar volledig aan overgeeft zodra het zich aandient, zul je flow en rust ervaren. Nieuwsflits: je kunt maar aan één ding tegelijk denken. Multitasken bestaat niet. Ik herhaal: multitasken bestaat niet. Nee, echt niet! Je kunt alleen heel snel schakelen tussen verschillende dingen, en van dat hele snelle schakelen word je heel erg moe en gestrest.

Wat is nu mijn advies (waar ik mezelf zeer regelmatig aan moet herinneren) over al deze jongleerballetjes:

Jongleer met één bal tegelijk!

En zodra je daarmee klaar bent, leg je die bal zorgvuldig weg, pak je een andere en hou je je daarmee bezig. In plaats van steeds te denken over wat je nog moet doen en wat er allemaal nog komt, hou je bezig met wat er op dat moment aan de hand is. Dan kun je je daar volledig, met al je passie, energie en kwaliteiten, mee bezig houden en dat. voelt. heerlijk!

Komt er dan toch een andere jongleerbal steeds voorbijgevlogen? Schenk er je aandacht aan. Pak je agenda. Plan in wanneer je daar tijd voor hebt. Dan is er tijd gereserveerd en hoef je daar nu niet meer op te focussen.

Op de momenten dat ik me in het leven hetzelfde gedraag als tijdens een geslaagd potje ho-chi-wa (waar ik over het algemeen niet te verslaan in ben door de jarenlange training), voel ik me intens gelukkig!

druk leven hond
Hier knuffel ik met Pien de hond. Dat werkt ook altijd goed

Ervaar jij een ‘druk leven’? Of leef je juist in een flow?  Ik ben benieuwd! Ik wissel al tijden af tussen chaos en drukte in mijn hoofd of extreme zen en flow en probeer daar grip op te krijgen. Nu mijn eigen advies nog opvolgen 🙂 En misschien heb jij nog advies voor mij?

Laat me weten hoe jij hierover denkt!

Liefs, Chris

(Wauw, ik had eindelijk weer iets te melden dus schreef weer iets! Wat een regelmatig verschijnende blog!)

 

Advertenties

Val ik wel genoeg op? – over het ensemble

Het ensemble. Vaste prik bij de meeste musicalvoorstellingen, maar ook in veel andere theatervoorstellingen aanwezig. De laatste tijd valt me een bijzonder fenomeen op, voornamelijk bij amateurgroepen en musicalopleidingen: de drang om binnen het ensemble op te vallen.

Dat is natuurlijk helemaal niet gek. De wens om gezien te worden lijkt me aanwezig bij iedereen die zichzelf graag op een podium zet. Maar er zijn natuurlijk allerlei nuanceverschillen tussen ‘gezien willen worden’ en ‘per se op moeten vallen’.

ensemble zie je me
En, zie je me? (Foto door Jostijn Ligtvoet, Factorium Jubileumshow)

Op dit moment ben ik in de bevoorrechte positie dat ik zowel ensembles regisseer als dat ik zelf repeteer voor het spelen in een ensemble. Op deze manier kan ik het vanuit allerlei hoeken bekijken, en zo worden er af en toe dingen (pijnlijk) duidelijk. Sommige spelers staan altijd vooraan. Anderen bijna altijd achteraan. Weer anderen wisselen steeds van positie. Sommige ensemblelieden houden zich vooral bezig met hun eigen plek en hun eigen bewegingen, en anderen zijn bezig met het complete plaatje; met het plaatje van de hele groep.

Een nieuw inzicht

Heeft dit dan altijd met bescheidenheid versus assertiviteit te maken, of iets in die richting? Ik geloof het niet. Hier een tijdje over peinzend dacht ik vervolgens het volgende:

Ben jij er voor de voorstelling of is de voorstelling er voor jou?

ensemble clown
Ja, geef daar maar eens antwoord op! (Foto door Jostijn Ligtvoet, Factorium: Voor de show – Jazz)

Ben jij als speler, met jouw spel, een middel om theater te maken; om een mooie voorstelling te maken? Of is de voorstelling het middel om jou te laten ‘shinen’, zoals je dat zo mooi kan noemen? Ben jij er voor de voorstelling of is de voorstelling er voor jou?

Ik schets een beeld, waarin ik de boel even flink polariseer: we hebben type A en type B, die verschillend antwoord geven op deze vraag. Type A vindt dat de voorstelling er voor hem/haar is, type B vindt dat hij/zij er voor de voorstelling is. Bij het staan of dansen in formaties zal type A vooral bezig zijn met de eigen plek in de formatie en of hij/zij wel zichtbaar is. Type B zal vooral bezig zijn met zijn/haar plek ten opzichte van de anderen in de formatie, of de formatie klopt en of alle spelers zichtbaar zijn.

Type A zal een foyer inlopen en vooral willen horen dat hij/zij het erg goed heeft gedaan. Type B zal een foyer inlopen en vooral willen horen dat de voorstelling erg gaaf was.

Ik bedoel hiermee overigens niet te zeggen dat opvallen binnen een ensemble gelijkstaat aan de voorstelling als middel zien voor jouw doel. Of andersom. Het kan allemaal prima samengaan. Wat ik bedoel is dat de insteek compléét verschillend is. De manier waarop je in een repetitie staat is totaal anders voor de twee verschillende antwoorden op deze vraag. Nou, ik viel bijna van mijn stoel toen ik dat besefte. En ik kan niet ophouden met erover nadenken!

Dienstbaarheid

Als rasechte theatermaker vind ik natuurlijk dat je altijd dienstbaar moet zijn aan de voorstelling. Als speler, als maker, als productioneel medewerker, als…ga zo maar door. Alles wat je doet staat in dienst van het maken van een zo mooi/goed/indrukwekkend/ontroerend/wathetdoelvandevoorstellingookmaaris-mogelijke voorstelling.

ensemble abunagaru
Over dienstbaar zijn gesproken (Foto van mijn voorstelling ABUNAGARU bij Doppio)

En als je daarmee bezig bent zul je als speler (als het goed is) ook zo goed gaan spelen als je kan, en daarmee waarschijnlijk zelfs opvallen voor het publiek! Maar dat is dan niet waar het om gaat. Waardoor het ‘opvallen’ niet (meer) ten koste gaat van andere spelers, of van de beelden, choreografieën, enzovoort van de voorstelling waar je instaat.

Zelfreflectie

Ben ik zelf hierin een heilig boontje als ik aan het spelen ben? Eh…nee. Ik betrap mezelf regelmatig op de volgende gedachten:

  • Val ik wel genoeg op?
  • Is er in deze productie wel genoeg ruimte om mijn spelkwaliteiten te tonen?
  • Ik hoop dat de regisseur mij ook ziet!
  • *kleine maar onmiskenbare vlaag van jaloezie als iemand iets krijgt wat jij graag had gewild*

Stappenplan voor het registreren van zulke gedachten: de gedachte herkennen. Mezelf dé vraag stellen. Het antwoord geven waardoor deze gedachten volstrekt nutteloos blijken te zijn. Verder gaan met het leven.

Dat verloopt nog niet altijd feilloos, maar een mens probeert! En ik daag jou uit dit ook te proberen. Omdat ik denk dat we dan mooier theater gaan maken. Omdat ik denk dat we ons dan daadwerkelijk bezig houden met theatermaken, omdat de ‘opvaldrang’ dan uit onze repetities verdwijnt.

En hoe ga je hier dan als regisseur/maker mee om?

Als regisseur van amateurtheater zul je dit fenomeen vrij vaak opmerken. Het is helaas moeilijk om invloed uit te oefenen op dit soort groepsprocessen, en soms voltrekken ze zich ook volledig onzichtbaar voor de regisseur. Ze worden pas echt zichtbaar zodra een speler contact zoekt met ‘vragen/zorgen over de eigen rol binnen de voorstelling’, en dan vooral of die rol wat groter kan. In de formulering van de speler zal bijna altijd het woord ‘uitdaging’ vallen. De speler heeft niet genoeg uitdaging in wat hij/zij nu doet of is op zoek naar meer uitdaging. En dat is heus geen smoes hoor, maar komt mijns inziens regelmatig voort uit de (onbewuste) angst/zorg om niet ‘genoeg’ op te vallen in de voorstelling.

Maar wat doe je nou als regisseur om bij je spelers deze angst en zorgen zoveel mogelijk weg te nemen? Ik denk dat het enige wat je kunt doen om ‘opvaldrang’ gedeeltelijk tegen te gaan is hen op een bepaalde manier mede-eigenaar maken van de voorstelling, en dat is iets wat ik altijd zoveel mogelijk probeer als ik een voorstelling maak. Zodra spelers zich bewust zijn van de visie van een voorstelling, van het doel van een voorstelling, van de functie van hun eigen rol, van de functie van bepaalde scènes, gaan zij mijns inziens meer bezig met theatermaken. Theatermaken op de vloer. En zo zichzelf gaan zien als middel voor de voorstelling.

Dat delen van de visie met de cast gebeurt zeker niet altijd, vooral als ik kijk naar het musicalgenre. Ik denk dat dat zelfs op het professionele vlak soms een mankement van musical is, maar daarover later wel eens meer.

Jouw antwoord

Wat is tot nu toe altijd jouw (onbewuste) antwoord geweest op de vraag: ben jij er voor de voorstelling of is de voorstelling er voor jou? Eerlijk?

ensemble narcissos
Dit is NARCISSOS. Je kunt wel raden wat zijn antwoord is (uit voorstelling van Mette Bunskoek en mij op Festival de Oversteek)

Is dit herkenbaar? Houdt dit alleen mij bezig? Stel jij jezelf ook als doel om nog meer in dienst te staan van een voorstelling? Laat het me weten!

Dat was ‘m dan. Een eerste blog. Over iets wat mij bezighoudt en het enige waarover ik denk iets zinnigs te kunnen zeggen: theater. En ik denk dat er meerdere zullen volgen. Hopelijk biedt het stof tot nadenken! En vermaak natuurlijk.

Liefs, Chris

P.S.: Vervang het woord ‘voorstelling’ door ‘wereld’ en we kunnen weer een hele nieuwe discussie beginnen.